fb in  mail077 32 69 400     
Het einde van het jaar is in zicht. Dit is een goed moment om uw fiscale koers voor 2018 te bepalen.

Wellicht zijn er acties die u nu al moet ondernemen, of vragen bepaalde zaken juist om uitstel of zijn er veranderingen waarmee u rekening moet houden? Dit is veelal klantspecifiek en hiervoor kunt u altijd contact met ons opnemen.

Om u alvast inzicht te geven in de belangrijkste wijzigingen, heeft onze beroepsgroep Het Register Belastingadviseurs, deze wijzgingen opgenomen in een uitgave van Fiscale eindejaarstips. Deze eindejaarstips kunnen voor zowel uzelf als uw organisatie van belang zijn.

Bekijk hier de eindejaarstips
Bijna 79 procent van familiebedrijven is bereid om van dividend af te zien om innovatie te stimuleren. Bij niet-familiebedrijven is dat 60 procent. Zelfs verlies wordt op de koop toe genomen.

Dat concludeert professor Roberto Flören, hoogleraar familiebedrijven aan Nyenrode Business Universiteit, in een onderzoek dat hij uitvoerde in samenwerking met ING en NPM Capital. Volgens het onderzoek is ruim 65 procent van de familiebedrijven bereid een jaar verlies te nemen als dat innovatie bij het bedrijf stimuleert. Eigenaren van familiebedrijven steunen innovatiebeleid in hun onderneming meer dan de eigenaren van niet-familiebedrijven.

‘De uitkomsten ontkrachten de mythe dat familiebedrijven niet innovatief zouden zijn’, zegt Flören. De hoogleraar deed onderzoek onder vierhonderd bedrijven, zowel familie- als niet-familiebedrijven. Hiervoor werden onder meer de directeuren van de bedrijven geïnterviewd. Ruim 62 procent van alle familiebedrijven introduceerde in de laatste drie jaar een of meerdere nieuwe producten of diensten. Ook heeft bijna 72 procent de interne bedrijfsprocessen vernieuwd, aldus de onderzoekers.

Een bedreiging voor de innovatiekracht van familiebedrijven schuilt volgens Flören in het feit dat het bedrijf in hoge mate afhankelijk is van de luimen en voorkeuren van de oprichter. Ook het feit dat een groot deel van het familievermogen vastzit in het bedrijf speelt een rol. ‘Familiebedrijven hebben significant vaker onvoldoende financiële middelen om te innoveren’, beweert Flören. ‘Ruim 32 procent van deze bedrijven zou innovatiever zijn als ze meer financiële middelen ter beschikking zouden hebben.’

Voorsorteren

Bedrijfsopvolging is een belangrijk thema voor familiebedrijven en kan een bedreiging zijn voor het innovatieve vermogen, blijkt uit het onderzoek. Bij ruim 29 procent van alle familiebedrijven vreest de huidige directeur dat het innovatieve karakter van het bedrijf vermindert na zijn of haar vertrek. Dit percentage stijgt tot 38 voor de familiebedrijven waar de oprichter nog actief is. ‘Op deze reële dreiging moeten  familiebedrijven dus vroegtijdig voorsorteren, en dat wordt in toenemende mate ook gedaan,’ stelt Roberto Flören. ‘Een groot gedeelte van de familiebedrijven ziet de bedrijfsopvolging namelijk als een kans om het innovatieve vermogen van het bedrijf juist te vergroten. Bijna 52 procent van de huidige directeuren stelt dat het voor de continuïteit van het familiebedrijf van groot belang is dat de nieuwe directeur innovatiever is dan de huidige,’ besluit Flören. (Bron: Accountancyvanmorgen.nl)




Uw facturen bewaren

Alle facturen die u verstuurt of ontvangt, bewaart u in uw administratie. Dat is verplicht, want wij moeten uw administratie kunnen controleren. U bewaart de facturen in de vorm waarin u ze hebt verstuurd of ontvangen. Digitale facturen drukt u dus niet af, maar slaat u digitaal op. U bewaart de facturen 7 jaar. Facturen over onroerende zaken bewaart u 10 jaar.

Let op!

Bij de volgende diensten geldt een bewaartermijn van 10 jaar:

elektronische dienstentelecommunicatiedienstenradio- en televisieomroepdiensten

Wat deze diensten inhouden, leest u bij Digitale diensten.

Bewaarplicht van facturen en bonnetjes die zijn gescand

U mag facturen en bonnetjes ook scannen en digitaal bewaren. Er moet dan wel sprake zijn van een juiste en volledige weergave van het origineel. Belangrijk hierbij is dat de echtheidskenmerken ook worden opgeslagen. U kunt dit nalezen in de brochure Uw geautomatiseerde administratie en de fiscale bewaarplicht.

Als u aan de voorwaarden voldoet, hoeft u de originele facturen en bonnetjes niet te bewaren. Ook deze digitale administratie moet 7 of 10 jaar worden bewaard en binnen een redelijke termijn controleerbaar zijn.
Het ministerie van Financiën heeft het eindejaarsbericht ‘Belangrijkste wijzigingen belastingen 2017’ gepubliceerd.

Op 20 december 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2017. Dat betekent dat de belastingtarieven wijzigen per 1 januari 2017. In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financiën staan de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2017.

Belangrijkste wijzigingen belastingen 2017

Bron: Accountantweek.nl
Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) zijn positief in hun verwachtingen voor 2017. Mkb-ondernemers verwachten voor 2017 meer omzet, hogere investeringen en uitbreiding van de werkgelegenheid. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ook kwam het ondernemersvertrouwen in het mkb aan het begin van het vierde kwartaal hoger uit dan een kwartaal eerder. Dit stelt het CBS op basis van de Conjunctuurenquête Nederland na bewerking voor de Staat van het MKB.

Middenbedrijf positief

Vooral ondernemers in het middenbedrijf (50-250 werkzame personen) zijn positief in hun verwachtingen voor volgend jaar. Zij zijn in hun verwachtingen vaker optimistischer dan ondernemers met kleinere bedrijven (5-50 werkzame personen), al zijn ondernemers in het kleinbedrijf ook per saldo positief gestemd. Over de omzet, de export en de personeelssterkte zijn ondernemers uit het grootbedrijf nog positiever dan ondernemers in het MKB.

In het middenbedrijf denkt 39 procent van de bedrijven dat de omzet in 2017 toeneemt, terwijl 6 procent een lagere omzet voorziet. Per saldo zijn dus 33 procent van de ondernemers positief over de omzetontwikkeling. In het kleinbedrijf is dit saldo 21 procent en in het grootbedrijf 53 procent. De verwachtingen over de buitenlandse omzet hebben hetzelfde patroon: de verwachtingen in het kleinbedrijf zijn het minst positief en in het grootbedrijf zijn de verwachtingen het meest positief.

Van de ondernemers in het middenbedrijf verwacht per saldo 10 procent een groei van de investeringen in 2017 en 18 procent een toename van de werkgelegenheid. Binnen het kleinbedrijf verwacht per saldo 3 procent van de ondernemers een groei van de investeringen en 11 procent een toename van de werkgelegenheid.

Voor het eerst ondernemersvertrouwen van het mkb

Voor de Staat van het MKB is in het vierde kwartaal voor het eerst het ondernemersvertrouwen van het mkb gepubliceerd. Net als in het gehele bedrijfsleven zijn mkb-ondernemers in het vierde kwartaal van 2016 onverminderd positief gestemd. Het vertrouwen van mkb-bedrijven kwam uit op 9,3. Dat is nagenoeg gelijk aan het sentiment in het bedrijfsleven als geheel (9,2). Het ondernemersvertrouwen in het mkb is 1,5 punt hoger dan aan het begin van het derde kwartaal. Binnen het mkb is het vertrouwen van ondernemers in het kleinbedrijf (ondanks de lagere verwachtingen voor 2017) met 9,6 het grootst. Tot en met de eerste helft van 2016 waren ondernemers in het kleinbedrijf juist minder optimistisch gestemd dan in het mkb als geheel.

In alle sectoren binnen het mkb zijn ondernemers gunstig gestemd. Het mkb-ondernemersvertrouwen is met 20,6 in de bouw het hoogst. Daarmee is het sentiment van mkb-ondernemers in de bouwsector nog positiever dan in het derde kwartaal. Ook in de horeca, de onroerend goedsector, de handel en de informatie en communicatie is het vertrouwen verbeterd ten opzichte van het derde kwartaal.

In de totale bouwsector (inclusief het grootbedrijf) is het ondernemersvertrouwen nog hoger (28,7) dan bij de mkb-bedrijven in de bouwsector. In de horeca en de onroerend goedsector is het mkb-ondernemersvertrouwen groter dan in het bedrijfsleven als geheel.

Bron: Accountantweek.nl
De Tweede Kamer heeft donderdag het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer die er naar verwachting op 20 december over stemt.

Dit wetsvoorstel strekt tot de uitfasering van het pensioen in eigen beheer (PEB) voor de directeurgrootaandeelhouder. De mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer wordt afgeschaft, gecombineerd met een tijdelijke maatregel die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Voor directeur-grootaandeelhouders die hier geen gebruik van kunnen of willen maken, voorziet het wetsvoorstel in andere oplossingen. Met dit wetsvoorstel komt een einde aan een discussie over het pensioen in eigen beheer die is gestart in de Eerste Kamer in december 2012 tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2013.

Daarnaast bevat dit wetsvoorstel enkele andere fiscale maatregelen die ook betrekking hebben op oudedagsvoorzieningen. Een aantal van deze maatregelen draagt bij aan het vereenvoudigen van de toepassing van de belastingwetgeving en beoogt de administratieve lasten te verminderen of te voorkomen.

Bron: Accountantweek.nl
Uit een nog lopend onderzoek van Stichting ZZP Nederland over de uitwerking van de DBA blijkt dat meer dan een derde van de responderende ZZP’ers is benaderd door bemiddelaars om deel te nemen aan payroll- en BV-constructies. ‘Het is onbegrijpelijk, dat deze bemiddelaars ook nog kunnen schermen met een goedkeuringsverklaring van de Belastingdienst.’

Goedkeuringsverklaring Belastingdienst

BV-constructies lijken het ondernemerschap te waarborgen, maar in feite is het tegendeel het geval, aldus de stichting. ‘Men wordt werknemer van een BV met verplichtingen aan de bemiddelaar, die voor veel geld “ontzorgt”, terwijl de werkgevers- en werknemerslasten voor rekening van de ex-ondernemer komen. Het is onbegrijpelijk, dat deze bemiddelaars ook nog kunnen schermen met een goedkeuringsverklaring van de Belastingdienst’, zegt voorzitter Maarten Post van Stichting ZZP Nederland. ‘De Belastingdienst geeft hiermee openlijk aan mee te willen werken aan dit soort schijnconstructies, terwijl staatssecretaris Wiebes het gedrag van deze bemiddelaars juist openlijk heeft veroordeeld.’

Bron: Accountancy vanmorgen
Wiebes heeft een keuze gemaakt met betrekking tot de oplossingsrichting voor het pensioen in eigen beheer!

Wiebes heeft een keuze gemaakt met betrekking tot de oplossingsrichting voor het pensioen in eigen beheer! Hij streeft ernaar de nieuwe regeling per 1 januari 2017 al in werking te laten treden, door het wetsvoorstel onderdeel te maken van het Belastingplan 2017. De keuze van Wiebes ziet er op hoofdlijnen als volgt uit.

Vanaf 2017 is opbouw van pensioen in eigen beheer niet meer mogelijk. Voor het reeds opgebouwde pensioen komen drie mogelijkheden:
  1. De opgebouwde pensioenrechten worden gerespecteerd waarbij het huidige fiscale regime van toepassing blijft. Dus inclusief alle huidige dividendbeperkingen!
  2. Afkoop in 2017, 2018 of 2019
  3. Omzetten in een spaarvariant
Bij de varianten 2 en 3 wordt er afgestempeld van de commerciële naar de fiscale waarde. Over deze afstempeling wordt geen loon-, inkomstenbelasting en revisierente geheven.

Afkoop: de DGA betaalt maximaal 34,06%, 39% of 41,86%

Om in één keer letterlijk en figuurlijk af te kunnen rekenen met pensioen in eigen beheer, stelt Wiebes - zoals hij zelf aangeeft - een forse tegemoetkoming en een ruime overgangsperiode voor. Hoe sneller de DGA beslist hoe voordeliger de afkoop is.

Kiest de DGA in 2017 voor afkoop dan wordt 65,5% van de fiscale waarde belast, waardoor de maximale heffing loon-, inkomstenbelasting 34,06% bedraagt (naast eventuele inkomensafhankelijke bijdrage ZVW). In 2018 wordt 75% belast en is de heffing dus maximaal 39% en in 2019 liggen deze cijfers op 80,5% van de waarde en 41,86% heffing. Om te voorkomen dat extra voordelen kunnen worden behaald wil Wiebes de fiscale waarde per ultimo 2015 aanhouden, ongeacht in welk jaar er voor afkoop wordt gekozen. Onvermeld blijft wat er gebeurt met de toename van de fiscale pensioenvoorziening in 2016. Om die reden laten we hierna voorbeelden zien uitgaande van pensioenvoorzieningen per 31 december 2015.

De spaarvariant
Voor DGA’s die niet willen of kunnen afkopen komt er een spaarvariant. De fiscale pensioenverplichting wordt omgezet in een ‘spaarsaldo’, waardoor ook in deze optie sprake is van een vereenvoudiging en een vermindering van beklemd vermogen in de BV.

In de spaarvariant worden geen jaarlijkse toevoegingen mogelijk. Wel groeit de waarde waarschijnlijk jaarlijks door oprenting, zo viel in de eerdere voorstellen te lezen. Vanaf de pensioendatum worden (al dan niet door de BV) uitkeringen verricht vanuit het dan aanwezige spaarsaldo.

Voorbeeld

Huidige situatie

Stel een DGA van 55 jaar en een partner van 52 jaar met in eigen beheer opgebouwd pensioen:
Ouderdomspensioen vanaf 67 jaar (2027) € 24.000
Partnerpensioen € 16.800
Na ingang moet dit pensioen zoveel mogelijk waarde- of welvaartsvast worden gehouden.

Dit pensioen wordt te zijner tijd belast waarbij de te betalen inkomstenbelasting afhankelijk is van het totale inkomen en de aftrekposten van de DGA (of na diens overlijden van de partner).

Per ultimo 2015 bedraagt:
de fiscale voorziening € 191.100
de commerciële waarde € 660.500
het bij overlijden benodigde kapitaal € 780.000

Wil de BV dividend uitkeren, dan dient voor de dividendtoets rekening te worden gehouden met de mogelijke verplichting van de BV, zijnde € 780.000.

Afkoop

Stel dat de DGA kiest voor afkoop conform het voorstel van Wiebes dan kost dit de DGA, uitgaande van heffing tegen 52%:

‘Wiebes-korting’ LB-heffing Resteert netto
In 2017 34,5% € 65.088 € 126.012
In 2018 25% € 74.529 € 116.571
In 2019 19,5% € 79.994 € 111.106

Na de afkoop is de verplichting vervallen. Het dan niet meer beklemde vermogen in de BV kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het (te zijner tijd) doen van dividenduitkeringen.

Spaarvariant

Stel dat de DGA kiest voor de spaarvariant zoals die in de brief van 1 juli (voortbordurend op eerdere uitingen) is voorgesteld.

De BV heeft een verplichting van € 191.100.
Dit bedrag groeit jaarlijks met een rente o.b.v. het U-rendement
Vanaf 67-jarige leeftijd wordt uitgekeerd gedurende 20 jaar
jaar 1: 1/20 * opgerente verplichting
jaar 2: 1/19 * restant opgerente verplichting
enz.

De uitkeringen zullen waarschijnlijk aanzienlijk lager zijn dan het pensioen dat tot nu toe is opgebouwd. Dat is afhankelijk van het U-rendement in de komende jaren. Uitgaande van de huidige AOW-leeftijd van 67 jaar, zou de uitkering in het eerste jaar zijn:

Bij een U-rendement van Uitkering in eerste jaar
1% € 10.765
2% € 12.120
3% € 13.625
4% € 15.300

Zeer waarschijnlijk treedt daarmee dus een daling van het oudedagsinkomen en daarmee de te betalen inkomstenbelasting op. Na omzetting in de spaarvariant is de verplichting voor de BV echter ook aanzienlijk lager. Het dan niet meer beklemde vermogen (€ 780.000 - € 191.100) kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het (te zijner tijd) doen van dividenduitkeringen en daarmee al dan niet dienen als aanvulling op het oudedagsinkomen.

Positie van de partner
Een belangrijk aandachtspunt blijft de partner van de DGA. Wiebes is zich ervan bewust dat de belangen van partijen niet altijd gelijk lopen, bijvoorbeeld in het kader van een (op handen zijnde) echtscheiding. De oplossing hiervoor zullen de DGA en diens partner samen moeten vinden, zoals in de vorm van compensatie van de partner of mogelijk het in zijn geheel niet overgaan tot afkoop of de spaarvariant. Er komt in ieder geval geen wettelijke oplossing en daarmee is het aan partijen om onderling tot een goede keuze te komen. Hierbij speelt het geldende huwelijksgoederenregime uiteraard een belangrijke rol!

Conclusie
De staatssecretaris heeft een duidelijke keuze gemaakt voor afkoop en als alternatief de spaarvariant. Omdat hij DGA’s en partners niet kan dwingen hiervoor te kiezen, blijft ook de mogelijkheid bestaan het opgebouwde pensioen in eigen beheer te behouden. Deze pensioenaanspraken worden dan bevroren. Let wel: de voorziening blijft toch aangroeien door rente, sterfte en eventueel van toepassing zijnde indexatie.

Om het sparen in de BV, als alternatief voor het vormen van een fiscaal ondersteunde oudedagsvoorziening, aantrekkelijker te maken, heeft het kabinet het voornemen om de huidige eerste schijf in de Vpb (€ 200.000) te verlengen naar € 250.000 in 2018 en naar € 350.000 in 2021.

Het is nu uitkijken naar het wetsvoorstel, zodat er duidelijkheid komt over nog onbeantwoord gebleven vragen. Zo maar wat vragen die ons te binnen schieten:

Blijven alle huidige 'pensioen-regels' van kracht, of kan wat 'praktischer' worden omgegaan met bijvoorbeeld de indexatie?Mag het pensioen in delen worden afgekocht, bijvoorbeeld een deel in 2017, een deel in 2018 en een deel in 2019?Mag de in 2017 twijfelende DGA in 2018 of 2019 alsnog kiezen voor de spaarvariant?Mag bij een dividenduitkering in 2016 al rekening worden gehouden met de geplande afkoop in 2017?Wiebes geeft aan om 'anticipatie-effecten' te voorkomen, bij de afkoop en spaarvariant uit te gaan van de balanswaarden ultimo 2015. Wat is het effect hiervan op de pensioenverplichting over boekjaar 2016?Hoe passen de deels extern verzekerde pensioenkapitalen in de plannen?

Voor de praktijk
Zeker is al wel dat de DGA èn diens partner straks een gedegen advies nodig hebben. Bij dat advies is het complete overzicht nodig van huwelijksvermogensregime, privé en BV vermogen en het totale inkomen naast het pensioen in eigen beheer. Gezien de grote fiscale korting bij afkoop in 2017 zal 2017 daarmee het jaar worden om de DGA van een gedegen advies te voorzien!

Bron: Auxilium Adviesgroep
Accountants moeten voortaan een eed afleggen, waarin zij beloven hun beroep naar eer en geweten uit te zullen voeren.

De Ledenvergadering van de NBA stemde gisterenavond (17-5-2016) in grote meerderheid in met de invoering van de eed, die bij moet dragen aan herstel van vertrouwen in het accountantsberoep. De nieuwe beroepseed stelt, dat de accountant zich ervan bewust is te moeten handelen in het algemeen belang en zich daarom zal houden aan de beginselen van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid.

Alle ingeschreven actieve accountants moeten de eed afleggen vóór 1 mei 2017, binnen elf maanden na de inwerkingtreding van de verordening op 1 juni 2016. Nieuwe accountants leggen de eed af bij de uitreiking van hun diploma of binnen drie maanden na inschrijving in het register. De eed kan ook in het Fries of het Engels worden afgelegd.

Meer details via de nba.nl.

BRANCHENIEUWS

Extra kosten kleding en beddengoed

17-11-2017 – De Wet IB 2001 bevat een opsomming van aftrekbare uitgaven wegens ziekte of invaliditeit. Naast kosten van medische … Lees verder...

Spoorstraat 2
5931 PT Tegelen

T 077 - 32 69 400
F 077 - 32 69 405

info@swaccountants.nl 
logo2


Efficiënt samenwerken

© 2017. Realisatie: Seogi