fb  in   mail077 32 69 400     

Deze wet moet vast personeel aantrekkelijker maken. Het ontslagrecht wordt aangepast, de ketenregeling, de WW-premie en nog een paar zaken. Alles op een rij.

Nog geen drie jaar na de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) lanceerde het kabinet plannen voor alweer een nieuwe wet, die de arbeidsmarkt nog beter moet reguleren. Of liever gezegd: repareren, want uit onderzoek blijkt dat de WWZ niet goed werkt.

Doel van de WWZ was het verkleinen van de kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’. Het lijkt erop dat dit niet is gelukt: die kloof is juist groter geworden. Daarom komt het kabinet nu met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Let Op!

Het grootste deel van de WAB gaat in op 1-1-2020.

Wat staat er in de WAB?

Ontslagrecht aangepast

Een aantal maatregelen rond het ontslag moeten ervoor zorgen dat vast werk minder vast wordt.

Introductie Cumulatiegrond

Er komen minder strenge voorwaarden voor het ontslag van werknemers in vaste dienst. Als je nu iemand wilt ontslaan, moet je volledig voldoen aan één van de acht gronden voor ontslag. Onder de WAB is ontslag ook mogelijk als sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogeheten cumulatiegrond.

Neem bijvoorbeeld een situatie waarin je een werknemer wilt ontslaan wegens disfunctioneren, maar dit niet voldoende kunt aantonen omdat je geen compleet ontslagdossier hebt opgebouwd.

Ook is het zo dat de verstandhouding tussen jou en je werknemer flink is verstoord. Beide omstandigheden bieden afzonderlijk beschouwd misschien onvoldoende grond voor ontslag, maar in combinatie wel

Andere berekening transitievergoeding

Alle werknemers, dus ook oproepkrachten, krijgen vanaf 1 januari 2020 een aanspraak op een transitievergoeding wanneer het dienstverband eindigt op initiatief van de werkgever. Dit recht geldt vanaf dag 1 en dus niet meer vanaf 2 jaar dienstverband. De transitievergoeding bedraagt één derde maandsalaris per gewerkt dienstjaar. Bij een korter dienstverband wordt de vergoeding naar rato van het dienstverband berekend.

Let op

Ben je een kleine werkgever, dan kun je onder de WAB compensatie krijgen voor transitievergoedingen die je moet betalen als je je bedrijf beëindigt omdat je ziek bent of met pensioen gaat of komt te overlijden zonder opvolger. Dit dient echter per geval bekeken te worden.


 

Flexibele arbeid minder aantrekkelijk

De overheid wil flexibele arbeid minder flexibel en minder aantrekkelijk maken. Daartoe zijn de volgende maatregelen in de WAB opgenomen.

Verruiming ketenregeling

Er komt een ruimere regeling voor opeenvolgende tijdelijke contracten (de ketenbepaling). Momenteel mag je een werknemer maximaal drie aansluitende contracten aanbieden over een periode van maximaal twee jaar. Dat wordt verruimd naar drie aansluitende contracten in drie jaar.

Daarmee is de ketenregeling weer vrijwel gelijk aan die in de periode voor de invoering van de WWZ. De verplichte pauze tussen twee opvolgende contracten blijft in principe zes maanden.

Wel kan in de verplichte cao voor jouw bedrijfstak worden afgesproken dat deze periode tot drie maanden wordt verkort. Dat mag alleen als sprake is van seizoenswerk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden verricht

Andere regels oproepkrachten

Werk je veel met oproepkrachten? Dan gaat er voor jou het nodige veranderen. De nieuwe wet schrijft voor dat een oproepkracht met een nul-urencontract of een min/maxcontract alleen verplicht is te komen werken als je hem minimaal vier dagen van tevoren oproept.

Doe je dat niet, dan heeft hij het recht het werk te weigeren. En zeg je een oproep tot werken korter dan vier dagen van tevoren af, dan moet je de oproepkracht toch uitbetalen.

De werkgever moet een oproepkracht vanaf volgend jaar na een dienstverband van 12 maanden een overeenkomst met een vast aantal uren aanbieden. Onderbrekingen van minder dan 6 maanden tellen bij die 12 maanden mee. Het aanbod omvat MINIMAAL het gemiddeld aantal uren van de afgelopen 12 maanden. Het aanbod moet worden gedaan binnen één maand nadat de termijn van 12 maanden is verstreken. Wellicht is het handig om de oproepkracht in de laatste maanden niet of minimale uren op te roepen om zodoende het gemiddeld aantal uren te drukken.

 

Let op! De werkgever moet aan een oproepkracht die in dienst is sedert 1 januari 2019 uiterlijk 31 januari 2020 een aanbod hebben gedaan!!!

Vindt de werkgever dat hij de oproepkracht een veel te ruim aanbod moet doen, bijvoorbeeld omdat het aantal uren in de 2de helft van het jaar behoorlijk veel lager lagen en dit ook de tendens is voor de toekomst, dan kan de werkgever de oproepkracht ook een contract voor onbepaalde tijd aanbieden voor minder uren.

Voorbeeld:

Had je een oproepkracht bijvoorbeeld ingehuurd voor 20 uur per week, maar heeft hij een jaar lang gemiddeld 28 uur per week gewerkt, dan moet je hem een contract voor 28 uur bieden. Doe je dat niet, dan nog heeft de oproepkracht recht op loon over dit aantal uren.

Een andere optie is om de arbeidsovereenkomst met de oproepkracht pas weer te hervatten nadat er meer dan 6 maanden zijn verstreken sinds die 12 maanden voorbij zijn.

Ondanks dat we in de bestaande arbeidsovereenkomst van een oproepkracht vooralsnog een opzegtermijn hebben opgenomen van 1 maand, geldt vanaf 1 januari 2020 voor deze groep van werknemers een opzegtermijn van slechts 4 dagen. Voor de werkgever blijft de opzegtermijn 1 maand.

Van deze 4 dagen termijn mag bij CAO worden afgeweken, maar moet gelijk zijn aan de oproeptermijn van de werkgever en mag niet korter zijn dan 24 uur.

Andere status payrollers

Voor payrollers gelden nu nog dezelfde, lichtere arbeidsrechtelijke regels als voor uitzendkrachten. Maar dit gaat veranderen. Onder de WAB krijgen payrollers die bij jou werken vrijwel dezelfde status als je eigen werknemers. Jij gaat dus meer betalen voor de arbeid van payrollers, wat deze contractvorm waarschijnlijk minder aantrekkelijk zal maken.

De gelijkheid tussen payrollers en eigen medewerkers betreft zowel de primaire als de secundaire arbeidsvoorwaarden. Dus niet alleen het salaris en vakantiegeld, maar ook de prestatiebeloning of dertiende maand en de vakantiedagen, enzovoort. Alleen voor zijn pensioen valt een payroller onder de eigen regeling van het payrollbedrijf

Nieuwe indeling WW-premie

Voor elke werknemer die je in vaste dienst neemt, krijg je in de toekomst een bonus van de overheid. Als werkgever ga je namelijk een lagere WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een tijdelijk of flexcontract.

De WW-premie wordt dus gedifferentieerd naar de aard van het contract. Nu is die premie nog afhankelijk van de sector waartoe je bedrijf behoort.

Hoe hoog de hoge premie wordt is nog niet bekend, maar de lage premie is 5% lager dan de hoge.

Om voor de lage premie in aanmerking te komen moet de werknemer een contract hebben voor onbepaalde tijd (1) én van een bepaalde omvang (2).

  1. Wordt een oproepovereenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd, dan is aan het eerste criterium voldaan. Hij heeft bijvoorbeeld gedurende het 1ste jaar gemiddeld 15 uur per week gewerkt en krijgt uiteindelijk bij zijn contract voor onbepaalde tijd een omvang van 16 uur per week.

Werkt hij op jaarbasis gemiddeld minder dan 16 uur (even los van verlof of ziekteverzuim), dan heeft hij recht op loondoorbetaling van 16 uur per week.

  1. Werkt hij gemiddeld meer, maar niet meer dan 20,8 uur per week, dan is er niets aan de hand en mag het lage tarief toegepast worden. Er wordt dan ook voldaan aan het tweede criterium.

Werkt hij gemiddeld echter meer dan 30% meer dan de overeengekomen 16 uur per week (dus gemiddeld méér dan 20,8 uur per week), dan moet met terugwerkende kracht alsnog het hoge tarief worden toegepast.

ALTIJD LAGE PREMIE

Voor onderstaande werknemers geldt altijd de lage premie:

  • Leerovereenkomst in het kader van BBL;
  • Jongeren onder de 21 jaar met niet meer dan 52 te verlonen uren per maand of 48 uur per 4 weken;

Deze aantallen gelden per aangifteperiode en de hoogte van de premie moet dus iedere periode opnieuw worden beoordeeld.


 

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Ondanks het feit dat iemand al 30 jaar in dienst kan zijn en er destijds geen aanvullende arbeidsovereenkomst is opgemaakt bij de overgang van bepaalde naar onbepaalde tijd, MOETEN we, om voor de lage premie in aanmerking te kunnen komen een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd in ons dossier hebben. Hierbij is nog niet duidelijk hoe we om moeten gaan met arbeidsovereenkomsten die zijn “overgenomen” door rechtsvoorgangers van het huidige bedrijf waar de werknemer in dienst is.

De Wet Financiering Sociale Verzekeringen gaat in deze volledig voorbij aan het arbeidsrecht. Wij verzoeken jullie dan ook om ALLE werknemers, waarvan jullie vinden dat wij vanaf 1 januari 2020 de lage WW-premie moeten berekenen (en die derhalve dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben) bijgaande arbeidsovereenkomst te laten ondertekenen.

Seminar voor ondernemers

 

Op dinsdag 3 december 2019 organiseert Schreurs Winters accountants & bedrijfsadviseurs in samenwerking met Advocatenkantoor Berden en Rivierdael netwerk notarissen een seminar over onder andere de WAB. Daarnaast zal ook een lezing worden gehouden over de civielrechtelijke gevolgen van de huwelijkse voorwaarden en (levens)testamenten. Deze seminar vind plaats bij Galerie De Hoeve en is voor onze klanten gratis toegankelijk.

Plaats: Galerie De Hoeve Venlo, Hakkesstraat 30, 5916 PX Venlo

U bent welkom vanaf 19:30 uur

Inschrijven

U kunt zich tot 26 november 2019 met opgave van het aantal personen aanmelden via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Met de KopieID app maakt u met uw smartphone een veilige kopie van uw identiteitsbewijs (ID-bewijs).

Veilige kopie met KopieID app

Met de KopieID app kunt u in de kopie de identiteitsgegevens doorstrepen die organisaties niet nodig hebben of niet mogen verwerken. Ook zet u met de app een watermerk in de kopie met daarin het doel en de datum van de kopie. Komt de kopie dan ooit in handen van fraudeurs terecht, bijvoorbeeld door een hack? Dan is het dankzij de KopieID app moeilijker om ermee te frauderen.

KopieID app downloaden

U kunt de KopieID app downloaden in de Apple App StoreGoogle Play Store of Windows Phone. De app is een uitgave van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 

Schreurs Winters (SW) accountants en bedrijfsadviseurs is een samenwerkingsverband aangegaan met Sportclub Irene. De onderneming staat midden in het Limburgse bedrijfsleven en hun visie sluit prima aan om ook in Tegelen maatschappelijk betrokken te zijn.

Toekomstgericht ondernemen waarin tijdig wordt ingespeeld op trends en ontwikkelingen. Dat vraagt om professionele adviseurs en specialisten.

Dat is Schreurs Winters (SW) accountants en bedrijfsadviseurs. Een middelgroot regionaal accountants- en bedrijfsadvieskantoor voor het MKB. SW staat voor “Efficiënt Samenwerken”, met korte communicatielijnen en optimaal gebruik van automatisering.

Hans Schreurs: “SW stelt zijn kennis, ervaring en oplossend vermogen graag ter beschikking aan zijn klanten. SW denkt mee om invulling te geven aan de financiële- en fiscale aspecten van ondernemerschap. Dat vraagt om gedegen en actuele kennis van de wet- en regelgeving, inzicht in trends en marktontwikkelingen, en maatwerk levert waanneer noodzakelijk. Onze organisatie heeft een goede reputatie opgebouwd in het midden- en kleinbedrijf, agrarische sector, de zorg sector en vrije beroepen”. Verder info kunt u vinden op de website: www.swaccountants.nl

Jeppe Kleyngeld  18 sep 2018

Hoe raakt het Belastingplan 2019 ondernemers in hun portemonnee? Alle fiscale plannen op een rij.

Op dinsdag 18 september presenteerde het kabinet-Rutte 3 de de begroting voor 2019 en het daarbij behorende Belastingplan.

Tarief box 2 
Het tarief in box 2 wordt verhoogd. Deze maatregel geldt alleen voor mensen die een belang hebben van minimaal 5% in een vennootschap. Het belastingtarief op winst uit aandelen gaat van 25% naar 26,25% in 2020. In 2021 gaat het tarief naar 26,90%. Het kabinet compenseert met deze maatregel de lagere winstbelasting voor ondernemers (vennootschapsbelasting). Hij geldt voor belastingplichtigen met inkomsten uit aanmerkelijk belang. Daar is sprake van als iemand meer dan 5% van de aandelen van een vennootschap bezit. Aanmerkelijk belang wordt belast in box 2 van de inkomstenbelasting.

Verhoging lage btw-tarief voor ondernemers
Het kabinet wil het lage btw-tarief verhogen van 6% naar 9%. Deze verhoging geldt per 1 januari 2019. De verhoging raakt de prijzen van tal van goederen en diensten. Voor goederen gaat het onder meer om etenswaren, niet-alcoholische dranken, geneesmiddelen, boeken en kunstvoorwerpen. Wat betreft de dienstverlening vallen taxi’s, fiets- en schoenreparaties, kappers, optredens van artiesten, schilders en stukadoors onder het lage btw-tarief.

Voorbereiding voor ondernemers
Het is van belang dat ondernemers zich in 2018 al voorbereiden op de tariefsverhoging. Het nieuwe tarief heeft impact op:
- de administratie;
- de prijzen van goederen en diensten;
- de facturatie en btw-aangifte bij de jaarovergang.
Offertes die in 2018 worden gemaakt voor goederen of diensten die 2019 worden geleverd, moeten uitgaan van een btw-tarief van 9%.

Betalingen in 2018 tegen 6%-tarief
Het kabinet vindt dat ondernemers al genoeg administratieve lasten hebben. Vindt een prestatie in 2019 plaats, maar is de betaling in 2018 voldaan? Dan geldt hiervoor het 6%-tarief. Denk hierbij bijvoorbeeld aan concert- of seizoenkaarten die in 2018 worden betaald, terwijl de evenementen pas in 2019 plaatsvinden. Pas voor betalingen vanaf 1 januari 2019 geldt het 9%-tarief.

Tarief vennootschapsbelasting (vpb) omlaag
Vanaf 2019 gaat het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs omlaag. De eerste schijf wordt dan 19%, de tweede 24,30%. Vanaf 2020 dalen die tarieven naar 17,5% en 23,90%. In 2021 naar 16% en 22,25%.

Beperking afschrijving gebouwen in vpb
Ondernemers kunnen gebouwen in eigen gebruik alleen nog afschrijven als die in de boeken staan voor een bedrag hoger dan de WOZ-waarde. Voor bedrijven die gebouwen ter belegging hebben gold deze beperkte afschrijving al. De beperking van de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik geldt niet voor belastingplichtigen in de inkomstenbelasting.

Verliesverrekening vpb van 9 naar 6 jaar
Bedrijven kunnen verliezen vanaf volgend jaar nog hooguit 6 jaar voorwaarts verrekenen met winsten. Bedrijven kunnen verliezen van voor 2019 nu nog 9 jaar compenseren in de vennootschapsbelasting. Verliezen uit 2020 kunnen nog maar tot en met uiterlijk 2026 worden verrekend. Verliezen uit 2021 tot en met 2027 enzovoort.

Dividendbelasting wordt afgeschaft
Het kabinet wil de dividendbelasting vanaf 2020 afschaffen. Dividendbelasting is een belasting die geheven wordt op de winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders (dividend). Nederlandse aandeelhouders kunnen deze belasting verrekenen met de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Een gedeelte van de aandeelhouders in het buitenland kan dit niet. Zij zullen daarom eerder een voorkeur hebben voor een onderneming in een land zonder dividendbelasting, zoals het Verenigd Koninkrijk. Het kabinet wil voorkomen dat hoofdkantoren Nederland verlaten vanwege de dividendbelasting. Een groot deel van de dividendbelasting wordt opgebracht door aandeelhouders van een beperkt aantal multinationals. Als enkele van deze bedrijven daadwerkelijk Nederland verlaten, zou óók een flink deel van de huidige opbrengst van de dividendbelasting verdwijnen.

De Raad van State is kritisch over deze maatregel. Ook Hoogleraar fiscale economie en partner bij Deloitte, Peter Kavelaars, heeft zijn bedenkingen over het plan om de dividendbelasting af te schaffen: “Er is eigenlijk geen goed argument voor deze maatregel en het zou netjes zijn als Rutte naar de Raad van State zou luisteren”, zegt hij, maar vermoedt dat premier Rutte zijn wetsvoorstel toch gaat voorleggen aan het parlement.

Kleineondernemersregeling wijzigt
De kleineondernemersregeling (KOR) wordt per 1 januari 2020 gemoderniseerd. Het wetsvoorstel loopt mee in het traject van het pakket Belastingplan 2019. Kleine ondernemers met maximaal 20.000 euro omzet in Nederland kunnen vanaf 1 januari 2020 kiezen voor een vrijstelling van omzetbelasting. Dit betekent dat hij geen btw in rekening brengt aan zijn afnemers en dus ook geen btw meer mag vermelden op zijn facturen. Hij is daarnaast ook ontheven van het doen van btw-aangiften en bijbehorende administratieve verplichtingen. Daar staat tegenover dat deze ondernemer de btw die andere ondernemers aan hem in rekening brengen niet in aftrek kan brengen. De regeling geldt alleen voor de door hem in Nederland verrichte goederenleveringen en diensten.

Het kabinet wil hiermee de kleineondernemersregeling (KOR)  vereenvoudigen voor bedrijven en de Belastingdienst. De regeling gaat ook gelden voor bijvoorbeeld stichtingen, verenigingen en bv’s.

Afschaffing teruggave bpm taxivervoer
Taxibedrijven krijgen geen aanschafbelasting (bpm) meer terug bij de aanschaf van nieuwe wagens. Het kabinet wil bedrijven aansporen om milieuvriendelijkere straattaxi’s en taxibusjes voor bijvoorbeeld vervoer van gehandicapten of leerlingen te kopen. Voor auto’s die minder CO2 uitstoten, is de bpm lager. Voor auto’s die geen CO2 uitstoten hoeft geen aanschafbelasting te worden betaald.

’Kleine ondernemer heeft geluk met privacywet’

DEN HAAG - Vanaf vandaag zijn de nieuwe Europese privacyregels van kracht. De vraag is: wat gaat dat concreet betekenen? Volgens de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), Aleid Wolfsen, zal vooral de overheid zelf de komende tijd de aandacht krijgen.

„Het is niet uit te leggen aan een kleine ondernemer dat hij aan allerlei regels moet voldoen, terwijl de Algemene Rekenkamer constateert dat de naleving van de wet persoonsgegevens door instellingen als de Belastingdienst jarenlang gebrekkig is geweest”, zegt Wolfsen. „Daarom beginnen we bij de overheid.

Ⓒ ANP
In mei 2016 is er een nieuwe Europese verordening geïntroduceerd waarin privacyrechten zijn uitgebreid en bedrijven meer moeten verantwoorden over de omgang met persoonsgegevens. Er is een voorbereidingsperiode gegeven van twee jaar. Op 25 mei 2018 treedt de verordening - ook wel afgekort AVG - in werking in heel Europa. Op dat moment vervalt de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De AVG vraagt ook de nodige voorbereiding van u als MKB-bedrijf en de boetes bij overtredingen kunnen significant zijn. Heeft u al de vereiste voorbereidingen getroffen?

De nieuwe verplichtingen in de omgang met persoonsgegevens komen voort uit de steeds verdergaande digitalisering van de maatschappij. Bij de invoering van de Wet bescherming persoonsgegevens in 2000 waren begrippen als ‘cloud-computing’, ‘smartphones’ en ‘glasvezel’ nog geen gemeengoed. Door de technologische ontwikkeling is het delen en verspreiden van gegevens inmiddels veel eenvoudiger geworden. Het is voor individuen echter moeilijk om nog goed toe te zien op een zorgvuldige omgang met hun gegevens door bedrijven. Daar brengt de AVG verandering in.

Individuen krijgen meer rechten (bijvoorbeeld om vergeten te worden of gegevens mee te nemen) en u moet kunnen aantonen dat u voldoende maatregelen heeft genomen om de gegevens goed te beschermen. Ook als u een deel van uw gegevensverwerkingen heeft uitbesteed. Het gaat daarbij voornamelijk - maar niet uitsluitend - om geautomatiseerde verwerkingen.

Om te beginnen: welke gegevens mag ik verwerken?
Het is verstandig om allereerst goed te kijken naar de persoonsgegevens die u als bedrijf verzamelt en verwerkt. Alle gegevens die betrekking hebben op, of te herleiden zijn naar een natuurlijk persoon (direct- en indirect) vallen onder de noemer persoonsgegevens. U mag als bedrijf alleen persoonsgegevens verwerken als u een ‘grondslag’ heeft. Er zijn zes grondslagen: u verwerkt gegevens waarbij u expliciet toestemming heeft gevraagd én gekregen, of als uitvloeisel van een contract/overeenkomst, of omdat u wettelijk verplicht bent, of omdat er een algemeen-, vitaal- of een gerechtvaardigd belang is. U kunt dus niet zondermeer gegevens verwerken. Als u gegevens verzamelt nadat u hier expliciet toestemming voor heeft gekregen, is het goed om u te realiseren dat u deze toestemming naderhand moet kunnen aantonen. Zorgvuldige vastlegging is dus noodzakelijk.

Met de persoonsgegevens die u verwerkt dient u als een ‘goed huisvader’ om te gaan. Ze moeten bijvoorbeeld beschermd zijn tegen verlies of inbreuk, niet langer worden bewaard dan noodzakelijk en u dient niet méér gegevens te verzamelen dan nodig is om uw doel te bereiken.

Opletten bij gevoelige- en bijzondere persoonsgegevens
Persoonsgegevens dienen dus goed beschermd te zijn. Daarbij is de stelregel dat gegevens met een groter risico, met extra zorg en aandacht behandeld moeten worden. Hierbij wordt gekeken naar de impact die het heeft op het individu. Het onzorgvuldig omgaan met identiteitsgegevens of gegevens over iemands gezondheid kan bijvoorbeeld een grote impact hebben op de levenssfeer van betrokkene. Als er een inbreuk is waarbij gevoelige- of bijzondere persoonsgegevens zijn ontvreemd, dient u dit altijd te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Voorbeelden zijn gegevens over godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke voorkeur, gezondheid, seksuele leven, lidmaatschap van een vakbond of strafrechtelijk verleden. U mag deze gegevens überhaupt alleen verwerken als u zich kunt beroepen op een van de tien wettelijke uitzonderingen. Verwerkt u deze gegevens als kernactiviteit en/of op grote schaal, of bent u een overheidsinstantie, dan kunt u daarnaast onder de AVG verplicht zijn om een Functionaris voor de gegevensbescherming aan te stellen en/of een Data protection impact assessment uit te voeren. Het gaat dan om verwerking met een hoog privacy risico. Als er twijfel bestaat over deze noodzaak dan dient u te kunnen onderbouwen waarom u daarvan in voorkomende gevallen heeft afgezien.

Een overzicht van persoonsgegevens die u verwerkt
Het uitzoeken of u gegevens mag verwerken en of u gegevens verwerkt met een hoog privacy risico is een opstapje naar de verantwoordingsplicht. De AVG schrijft namelijk voor dat elk bedrijf met meer dan 250 werknemers verplicht is om een register van verwerkingsactiviteiten op te stellen. Kleinere bedrijven moeten dit ook doen, maar alleen voor gegevens die op structurele basis verwerkt worden. Dit register is één van de verantwoordingsverplichtingen. Het overzicht brengt in beeld wat u verwerkt en hoe u dat vorm geeft. U legt er ook in vast of gegevens binnen of buiten de EU worden verwerkt. Verwerkt u gegevens buiten de EU? Het land waar u de gegevens mee uitwisselt dient dan een vergelijkbaar beschermingsniveau te hanteren anders bent u genoodzaakt om extra waarborgen te treffen.

Afspraken maken met partijen die u inschakelt
Als u op dit moment derde partijen inschakelt om een (deel van de) verwerking voor u uit te voeren dan bent u genoodzaakt om daar afspraken mee te maken. Hierin leggen u en de verwerker schriftelijk vast hoe er wordt omgegaan met privacy aspecten van de verwerkte gegevens. Dit wordt ook wel een verwerkingsovereenkomst genoemd. Het is essentieel om hierover te beschikken en in het belang van beide partijen. Onder verwerking wordt bijvoorbeeld ook verstaan: het bewaren, raadplegen, wijzigen, opvragen, vastleggen en combineren van gegevens. Ook met veel IT-leveranciers moet u dus in voorkomende gevallen een verwerkingsovereenkomst afsluiten.

Datalekken en bewustzijn
Het is van wezenlijk belang dat uw bedrijf goed op de hoogte is van de AVG. U kunt dan goed herkennen of er zich situaties voordoen die een risico vormen voor de bescherming van de persoonsgegevens. Of als er sprake is van een inbreuk (beter bekend als ‘datalek’). De AVG introduceert ook een uitbreiding op de bestaande Wet meldplicht datalekken: álle datalekken binnen uw bedrijf dient u in een register te documenteren als onderdeel van de verantwoordingsverplichting. Een gestolen laptop kan daar een voorbeeld van zijn. Niet voor niets geeft de Autoriteit Persoonsgegevens aan dat bewustzijn de eerste belangrijke stap is om weg naar de AVG. Wellicht kunt u één of twee collega’s de verantwoordelijkheid geven om binnen het bedrijf de nalevering van de AVG in de gaten te houden. De invoering van de AVG is daarbij ook een uitgelezen moment om uw informatiebeveiligingsniveau te evalueren.

Uw website en privacy
Naast de persoonsgegevens die u binnen uw bedrijf verwerkt is de kans groot dat u op uw website ook persoonsgegevens verwerkt. Bijvoorbeeld als u over een contactformulier beschikt of veel met zogenaamde cookies werkt. Ook op uw website moet u dan passende maatregelen nemen om de gegevens te bescherming en heldere informatie te verschaffen, bijvoorbeeld in de vorm van een privacy verklaring. Hierin maakt u kenbaar op welke wijze u omgaat met de gegevens en bij wie bezoekers terecht kunnen als er vragen zijn. Let bij uw website ook op standaardinstellingen. Deze dienen zodanig te zijn ingesteld, dat ze standaard de minste impact hebben op de privacy van de betrokkenen. De AVG duidt deze aspecten als Privacy by Design en Privacy by Default. Als u zelf betrokken bent bij het ontwerpen van informatiesystemen dient u dit eveneens na te streven.

Disclaimer Deze brochure beoogd geen volledigheid te geven van de AVG en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, noch is de brochure bedoeld voor specifieke individuele situaties. De brochure is gebaseerd op de regelgeving zoals die op 1 januari 2018 bekend was. Deze nieuwsvoorziening is met grote zorg samengesteld. Voor eventuele onvolkomenheden kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden. Druk- en zetfouten voorbehouden
Door de voorgenomen veranderingen in de ondernemersbelastingen wordt een bv niet onaantrekkelijker, maar juist aantrekkelijker dan ooit.

Anders dan het Centraal Plan Bureau (CPB) voorspelt, zal een sterk groeiend aantal ondernemers overstappen op deze organisatievorm. Een toename van 20 procent is mogelijk.

Pim van Rijswijk directeur van de VRB Adviesgroep las met verbazing de analyse die het CPB vorige week naar buiten bracht. Kern daarvan is dat het planbureau verwacht dat kleinere fiscale veranderingen geen grote invloed zullen hebben op de keuze voor een rechtsvorm. In de meeste gevallen een keuze tussen eenmanszaak of bv dus.

Het CPB stelt dat drie jaar na de start van een bedrijf nog geen procent van de ondernemers voor een andere rechtsvorm kiest. Eens gekozen, blijft gekozen zou het devies zijn. Den Haag zit momenteel in zijn maag met de in het regeerakkoord overeengekomen verhoging van de belasting op aanmerkelijk belang. Die is 25 procent, maar moet naar 28,5 procent in 2021.

Daartegenover staat een verlaging van de vennootschapsbelasting in dezelfde periode van de 20 procent naar 16 procent. Die stap zal volgens fiscaal specialist Pim van Rijswijk meer ondernemers richting een bv bewegen. In zijn praktijk ziet hij al een groeiende belangstelling voor deze ondernemersvorm.

,,Het grote voordeel van een bv zit in het verschil tussen de winst die een ondernemer maakt en het inkomen dat hij nodig heeft. Heeft iemand een ton winst in een eenmanszaak en dit bedrag nodig aan inkomen, dan biedt de bv in fiscale zin geen voordeel omdat hij dan vanuit een bv al zijn winst zou verlonen”, legt de adviseur uit.

,,Maakt iemand in een eenmanszaak dezelfde winst en is echter maar 50.000 euro nodig om van te leven dan biedt een bv juist wel voordeel. Het verschil van 50.000 euro blijft als winst achter in de bv. Over dit bedrag moet winstbelasting worden betaald. Deze heffing gaat de aankomende jaren met 20 procent omlaag. De spaarzame directeur-grootaandeelhouder heeft daardoor een enorm voordeel afgezet tegen de huidige situatie en ten opzichte van de eenmanszaak.”

De VRB voorspelt een toename van de vraag naar bv’s tot wel twintig procent. De warme belangstelling heeft volgens Van Rijswijk niet alleen fiscale motieven. Bv’s zijn ook in trek vanwege de juridische voordelen zoals de bescherming tegen hoofdelijke aansprakelijkheid bij een bankroet.



Het einde van het jaar is in zicht. Dit is een goed moment om uw fiscale koers voor 2018 te bepalen.

Wellicht zijn er acties die u nu al moet ondernemen, of vragen bepaalde zaken juist om uitstel of zijn er veranderingen waarmee u rekening moet houden? Dit is veelal klantspecifiek en hiervoor kunt u altijd contact met ons opnemen.

Om u alvast inzicht te geven in de belangrijkste wijzigingen, heeft onze beroepsgroep Het Register Belastingadviseurs, deze wijzgingen opgenomen in een uitgave van Fiscale eindejaarstips. Deze eindejaarstips kunnen voor zowel uzelf als uw organisatie van belang zijn.

Bekijk hier de eindejaarstips
Bijna 79 procent van familiebedrijven is bereid om van dividend af te zien om innovatie te stimuleren. Bij niet-familiebedrijven is dat 60 procent. Zelfs verlies wordt op de koop toe genomen.

Dat concludeert professor Roberto Flören, hoogleraar familiebedrijven aan Nyenrode Business Universiteit, in een onderzoek dat hij uitvoerde in samenwerking met ING en NPM Capital. Volgens het onderzoek is ruim 65 procent van de familiebedrijven bereid een jaar verlies te nemen als dat innovatie bij het bedrijf stimuleert. Eigenaren van familiebedrijven steunen innovatiebeleid in hun onderneming meer dan de eigenaren van niet-familiebedrijven.

‘De uitkomsten ontkrachten de mythe dat familiebedrijven niet innovatief zouden zijn’, zegt Flören. De hoogleraar deed onderzoek onder vierhonderd bedrijven, zowel familie- als niet-familiebedrijven. Hiervoor werden onder meer de directeuren van de bedrijven geïnterviewd. Ruim 62 procent van alle familiebedrijven introduceerde in de laatste drie jaar een of meerdere nieuwe producten of diensten. Ook heeft bijna 72 procent de interne bedrijfsprocessen vernieuwd, aldus de onderzoekers.

Een bedreiging voor de innovatiekracht van familiebedrijven schuilt volgens Flören in het feit dat het bedrijf in hoge mate afhankelijk is van de luimen en voorkeuren van de oprichter. Ook het feit dat een groot deel van het familievermogen vastzit in het bedrijf speelt een rol. ‘Familiebedrijven hebben significant vaker onvoldoende financiële middelen om te innoveren’, beweert Flören. ‘Ruim 32 procent van deze bedrijven zou innovatiever zijn als ze meer financiële middelen ter beschikking zouden hebben.’

Voorsorteren

Bedrijfsopvolging is een belangrijk thema voor familiebedrijven en kan een bedreiging zijn voor het innovatieve vermogen, blijkt uit het onderzoek. Bij ruim 29 procent van alle familiebedrijven vreest de huidige directeur dat het innovatieve karakter van het bedrijf vermindert na zijn of haar vertrek. Dit percentage stijgt tot 38 voor de familiebedrijven waar de oprichter nog actief is. ‘Op deze reële dreiging moeten  familiebedrijven dus vroegtijdig voorsorteren, en dat wordt in toenemende mate ook gedaan,’ stelt Roberto Flören. ‘Een groot gedeelte van de familiebedrijven ziet de bedrijfsopvolging namelijk als een kans om het innovatieve vermogen van het bedrijf juist te vergroten. Bijna 52 procent van de huidige directeuren stelt dat het voor de continuïteit van het familiebedrijf van groot belang is dat de nieuwe directeur innovatiever is dan de huidige,’ besluit Flören. (Bron: Accountancyvanmorgen.nl)




Uw facturen bewaren

Alle facturen die u verstuurt of ontvangt, bewaart u in uw administratie. Dat is verplicht, want wij moeten uw administratie kunnen controleren. U bewaart de facturen in de vorm waarin u ze hebt verstuurd of ontvangen. Digitale facturen drukt u dus niet af, maar slaat u digitaal op. U bewaart de facturen 7 jaar. Facturen over onroerende zaken bewaart u 10 jaar.

Let op!

Bij de volgende diensten geldt een bewaartermijn van 10 jaar:

elektronische dienstentelecommunicatiedienstenradio- en televisieomroepdiensten

Wat deze diensten inhouden, leest u bij Digitale diensten.

Bewaarplicht van facturen en bonnetjes die zijn gescand

U mag facturen en bonnetjes ook scannen en digitaal bewaren. Er moet dan wel sprake zijn van een juiste en volledige weergave van het origineel. Belangrijk hierbij is dat de echtheidskenmerken ook worden opgeslagen. U kunt dit nalezen in de brochure Uw geautomatiseerde administratie en de fiscale bewaarplicht.

Als u aan de voorwaarden voldoet, hoeft u de originele facturen en bonnetjes niet te bewaren. Ook deze digitale administratie moet 7 of 10 jaar worden bewaard en binnen een redelijke termijn controleerbaar zijn.

BRANCHENIEUWS

Transitievergoeding

14-11-2019 – Met invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) per 1 januari 2020 ontstaat het recht op een transitievergoeding … Lees verder...

Ik wil meer informatie

Ongeldige invoer

Ongeldige invoer

Ongeldige invoer

Ongeldige invoer

Spoorstraat 2
5931 PT Tegelen

T 077 32 69 400
F 077 - 32 69 405

info@swaccountants.nl 
logo2


Efficiënt samenwerken

© 2017. Realisatie: Seogi